Verzet in Zevenhuizen
29-04-1943 ZevenhuizenVerzet in Zevenhuizen
Verzet in Zevenhuizen
Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er overal in Europa, personen en organisaties die zich verzetten tegen de Duitse bezetters. In de eerste jaren van de oorlog had het verzet in Nederland een bescheiden karakter.
Dit veranderde in het voorjaar van 1943. Op 29 april 1943 kondigden de Duitsers af dat alle militairen van het voormalig Nederlands leger opnieuw in krijgsgevangenschap weggevoerd zouden worden. Daarnaast besloten de Duitsers op 6 mei 1943 dat alle Nederlandse mannen in de leeftijd van 18 tot 35 jaar zich moesten melden bij het arbeidsbureau. Het doel van de Duitsers was het verkrijgen van dwangarbeiders. De Duitsers wilden de dwangarbeiders in zetten om hun defensie-industrie draaiende te houden.
Veel Nederlandse mannen wilden geen gehoor geven aan hetgeen de Duitsers van hen verwachten en doken onder. Om hen, maar ook Joden en politieke tegenstanders van de Duitsers, te voorzien van onderduikadressen was een grote opgave. Om hier meer structuur in te brengen werd in 1942 de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) opgericht. Daarnaast werd ook de Landelijke Knokploeg (LKP) in het leven geroepen. De LKP had met name als taak het verkrijgen van distributiebonnen, valse persoonsbewijzen en het uitvoeren van sabotageacties. Daarnaast was de Ordedienst (OD) een belangrijke verzetsorganisatie, de OD bestond voornamelijk uit toekomstige officieren van de Nederlandse land- en zeemacht. Om enige structuur in de organisaties te krijgen werd de Raad van Verzet (RVV) opgericht. In oktober 1944 werden deze organisaties samengevoegd tot de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS).
Of er ook verzet in Zevenhuizen was, zo ja en hoe was deze dan georganiseerd? Jammer genoeg is hier niet veel over gedocumenteerd. Na de oorlog werd hier niet overgesproken, het land moest immers opgebouwd worden. We weten dat er in Zevenhuizen onderduikers verborgen werden, dat er naar Radio Oranje werd geluisterd, de melkpramen in de Zandwijk tijdens de melkstakingen onklaar werden gemaakt en dat medewerkers van de melkfabriek hun werk hebben neergelegd. Daarnaast was er in de boerderij van Albert Hendrik Havedings een verzetsgroep actief. Deze verzetsgroep handelde zelfstandig, maar stond in contact met de KP Noord Drenthe. Albert Hendrik Havedings werkte in de oorlog onder de schuilnaam Wichelaar en was later commandant van de BNS.
De groep Havedings was onder andere betrokken bij het verbergen van wapens afkomstig van droppings in het Mandeveld te Bakkeveen, zorgden voor onderduikadressen en verspreiden de Trouw. Uit de systeemkaarten van het Oorlogs- en Verzetscentrum Groningen blijken dat de Zevenhuisters Gosse Rodenboog, Abel Appelhof, Roelof Appelhof, Hendrik Borgers, Tonnis Uil en dokter G. de Vries betrokken waren bij de groep Havedings.
In de Tweede Wereldoorlog woonden op het adres, Bremerweg 11, waar u nu staat de familie Kooistra.
Klaas Kooistra runde hier een boerderij. Hij kwam door zijn werkzaamheden als raadslid voor de Antirevolutionaire Partij in contact met Tjeert Pannekoek. Via Tjeert kwam Klaas in het verzet terecht. In het verzet werkte hij onder de schuilnaam ‘t Boertje. Klaas werd in totaal drie keer opgepakt. Eén keer voor het verlenen van een onderduikadres en twee keer voor betrokkenheid bij de wapendroppings in het Mandeveld. Na de derde arrestatie werd Klaas afgevoerd naar Wilhelmshaven in Duitsland, om daar te werk gesteld te worden in een strafkamp. Na de bevrijding keerde Klaas terug naar Zevenhuizen
Klaas haalde zijn dochter Aukje over om voor het verzet te gaan werken. Dit deed Aukje onder de schuilnamen Sjaan en Wilhelmientje. Aukje werd in eerste instantie door het LKP ingezet om berichten van de ene verzetsgroep naar de andere verzetsgroep te brengen. Dit deed ze op haar fiets, zo bracht ze berichten naar Beilen, Hoogeveen, Emmen en Zwolle. Later zocht ze nieuwe adressen om onderduikers te herbergen. Ze vervoerde, als koerierster, ook Duitse uniformen, wapens, springstof, distributiebonnen en kranten. Nadat haar vader werd afgevoerd naar Duitsland assisteerde ze ook bij overvallen en werkte kaarten bij voor de Canadezen. Op 5 mei 1948 heeft Aukje het oorlogsmonument op de algemene begraafplaats in Zevenhuizen onthuld. Dit deed zij ook in 1995 toen het oorlogsmonument is gerestaureerd. Aukje Kooistra overleed op 24 juli 2011.
![]() |
![]() |
Aukje Kooistra | Onthulling Oorlogsmonument 5 mei 1948 |
Twee namen van leden van de groep Havedings zijn nog niet genoemd, namelijk die van Fokke Hummel en Antonius de Man. Toen Zevenhuizen op 13 april 1945 werd bevrijd door de Royal Canadian Dragoons kreeg de groep Havedings, ondertussen onderdeel van de Binnenlandse Nederlandse Strijdkrachten, opdracht om NSB’ers te arresteren. Zo ook in de avond van 13 april 1945. De groep kreeg de opdracht om bij een boerderij aan de Oudewijk te Zevenhuizen twee broers te arresteren die lid waren van de NSB. Toen de groep bij de boerderij aankwamen ontstond er een vuurgevecht. Bij dit vuurgevecht werden Fokke Hummel en Anton de Man dodelijk getroffen en stierven ter plaatse. Fokke Hummel sneuvelde in de leeftijd van 26 jaar. Ter nagedachtenis van hem ligt er een Stolpersteine bij zijn ouderlijkhuis, Bremerweg 14 te Zevenhuizen. Anton de Man werd vermoord toen hij 22 jaar oud was. Voor hem is bij de sluis in de Jonkersvaart een Stolpersteine geplaatst.