Memoriam Joodse inwoners Visvliet

13-03-1943 Visvliet

Memoriam Joodse inwoners Visvliet

In Memoriam

David, Jette & Salomon Israëls en Mozes & Rebecca Israëls – Cozijn

Begin 1900 woonden op de Heirweg in Visvliet twee broers uit de familie Israëls. Zij waren getrouwd met twee zussen uit de familie Gans, afkomstig uit Niezijl. De broers waren actief als veekoopman en slager – een beroep dat in die tijd vaak leidde tot het verkrijgen van een vestigingsvergunning. Daarnaast vervulden zij ook de taken van ritueel slachter (sjochet) en waren zij betrokken als kerkbestuurders. De kinderen van Sander en Hanna, die in het huis aan nummer 38 woonden, en die van Levie en Grietje, gevestigd aan nummer 41, vertrokken later uit Visvliet om elders een bestaan op te bouwen. In de kleine gemeenschap was het immers lastig om een huwelijkspartner te vinden. In 1940 leefden David, Jette en Salomon Israëls nog samen in het huis van hun ouders op nummer 38. Zij waren, op dat moment, allen ongehuwd. Aan de overkant, op nummer 41, woonde Mozes Israëls in het ouderlijk huis, samen met zijn vrouw Rebecca Cozijn.

Salomon Israëls (geboren in 1890) was actief als lapjeskoopman. Hij trok op de fiets de omgeving in, waar hij textiel uit Groningen kocht en dit vervolgens aan zijn klanten verkocht. Zijn zus Jette (geboren in 1884) verzorgde de huishouding en ondersteunde haar broers in de winkel, waar naast de verkoop van manufacturen ook kleinere artikelen als knopen en elastiek werden verhandeld. David Israëls (geboren in 1877) hield zich bezig met veehandel en slagerswerk; net als zijn vader was hij daarnaast ritueel slachter en kerkbestuurder. In het achterhuis van nummer 38 zijn de vleeshaken nog steeds zichtbaar. Ook aan de overkant van de straat was er een nauwe band: Mozes Israëls (ook geboren in 1877) was eveneens slager en veekoopman. Samen kochten David en Mozes regelmatig een dier – meestal een schaap – bij de plaatselijke boeren en verkochten zij, zo snel mogelijk na de slacht, ieder de helft van het vlees. In januari 1934 trouwde Mozes in Amsterdam met de 51-jarige Rebecca Cozijn, geboren in 1883 in Wageningen.

Deze familieleden voelden zich diep verbonden met Visvliet. Zij spraken het lokale dialect en brachten hun avonden door op de stangen voor de nabijgelegen Gereformeerde Kerk, waar ze met elkaar "n piep vol" raakten. Op zaterdag, de sabbat, werd er niet gewerkt. De sabbatshulp – vaak een buurvrouw – zorgde er dan voor dat het licht of het petroleumstel aangestoken werd, zodat men even kon ontsnappen aan de dagelijkse routine. Ook in de religieuze praktijk was er aandacht voor de eigen identiteit: in Grijpskerk vond er, in een huis aan de Molenstraat genaamd “de jeud’nkoamer”, een synagoge plaats en op het kerkhof was een speciale hoek gereserveerd voor Joodse begraven.

Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog namen de beperkende maatregelen voor Joden snel toe. Er moest bijvoorbeeld een ‘J’ op het persoonsbewijs worden gezet en in mei 1942 werd de gele ster verplicht gedragen. Op 24 juni 1942 werd Salomon Israëls opgelegd zich te melden in de Violenstraat in Groningen voor een “keuring” in het kader van werkverruiming in Duitsland. De avond daarvoor – 23 juni – besloot de 52-jarige Salomon stiekem naar Burum te gaan. Hij kocht daar, ondanks de geldende verboden, tabak en rookte de hele nacht in de hoop afgekeurd te worden. Dit mislukte echter, en in plaats daarvan moest hij naar Westerbork. Op 16 juli vertrok hij op transport naar Auschwitz-Birkenau, waar hij op 9 augustus 1942 werd vermoord. Zijn familie hoorde daarna nooit meer iets van hem.

In oktober van datzelfde jaar werd Jette, vanwege haar zwakke gezondheid, opgenomen in het R.K. Ziekenhuis in Groningen. Midden november 1942 bereikte burgemeester Van de Nadort het bericht dat alle Joden uit de gemeente op 26 november naar Westerbork moesten. Mozes en Rebecca namen de avond ervoor afscheid van diverse Visvlieters. Mozes had in die maand nog een volmacht verleend aan de winkelier H. de Wind en een notaris, zodat zij zijn zakelijke belangen, onder andere bij de beruchte Lippmann Rosenthalbank, konden behartigen. Na enkele weken in Westerbork vertrokken Mozes en Rebecca op 31 januari 1943; op 1 februari werden zij in Auschwitz vermoord.

David Israëls reageerde op zijn eigen manier op de situatie. Op de avond van 25 november verliet hij Visvliet te voet over de Oude Dijk en zocht onderdak bij de familie Sevinga in Gerkesklooster. Bij de rivier de Lauwers liet hij enkele kleren en klompen achter. In een bericht van de burgemeester aan de Procureur-Generaal in Leeuwarden op 28 november werden onder meer de volgende zaken doorgegeven: “Overbrenging Joden… een vrouw ligt in het R.K. Ziekenhuis in Groningen, … een jood en zijn vrouw zijn naar Groningen overgebracht … een jood van 65 jaar is spoorloos verdwenen.” Uiteindelijk ging David onderduiken in Twijzel en keerde in 1945 terug naar Visvliet. In de tussentijd werden beide ouderlijke huizen verhuurd door een Duitse instantie aan bewoners in de Boteringestraat. Later in de oorlog vestigden Mient en Sjouk Pel met hun babyzoon zich in een deel van het huis. Mevrouw Pel vertelt dat zij de voorkamer voor David bewoonbaar had gemaakt en dat er meteen woonruimte voor zijn gezin in Grijpskerk werd aangevraagd en vervolgens ook werd toegekend.

In 1949 vertrok David naar een Joods bejaardentehuis in Den Haag, waar hij in 1957 overleed. Het ouderlijk huis aan de Heirweg 38, inmiddels omgedoopt tot de “Oudheidkamer”, werd daarna verkocht aan kapper Bosklopper.

Op 13 maart 1943 vond er een inval plaats in het R.K. Ziekenhuis in Groningen. Tijdens deze inval werden alle aanwezige Joden, waaronder Jette Israëls, naar Westerbork gevoerd. Op 17 maart vertrok Jette op transport naar Sobibor, waar zij op 20 maart werd vermoord. Met uitzondering van David overleefde geen enkel Joods inwoner van Visvliet de oorlog.

Andere nakomelingen van Sander en Hanna – zoals de broers Mozes (geboren in 1875) en Rafel (geboren in 1887) – en ook het nageslacht van Levie en Grietje, met onder andere Rachel (geboren in 1885) en Sander (geboren in 1888), vormen het latere geslacht. Enkel enkele van deze familieleden zullen op 7 augustus 2017 aanwezig zijn bij het plaatsen van de struikelstenen door Gunter Demnig en de onthulling van de plaquette, als herinnering aan de Joodse inwoners van Visvliet.

In Memoriam – geschreven door het Visvlieter Archief
Bronnen:
“Grijpskerk van Crisis tot Bevrijding” – W. Kamminga (1993)
“De Joodse Gemeenschap in het Groninger Westerkwartier Peize en Roden” – drs. G.J. van Klinken & mr. J.H. de Vey Mestdagh (1985)
“De Heerlijkheid Visvliet” – Halbe Kuipers en Henk Offeringa (1979)

Op de kaart

@2025 Copyright WKRegister.nl ontworpen en ontwikkeld door AYO MEDIA