Drama op De Haspel

24-10-1944 Zevenhuizen

Drama op De Haspel

Drama op De Haspel In september 1944 besloten vier leden van de NSKK, een paramilitair onderdeel van de NSDAP, te deserteren. Het waren Ipe Mulder, Dirk de Jong, Jan Zomer en Leonardus van Dongen. Ipe Mulder, afkomstig uit Zevenhuizen, had het deserteren in augustus 1944 al voorbereid. Ze gingen in uniform naar Zevenhuizen. Via verschillende adressen komen ze terecht bij Peet de Boer, een verzetsman te Haulerwijk. Bij hem verblijven ze een paar dagen, om later in hun auto in de bossen rondom buurtschap Bremen te bivakkeren. Met de winter voor de deur konden de mannen daar niet blijven en moesten een andere plaats krijgen om onder te duiken.

Een onderduikadres kregen ze bij de familie Vos aan de Schansweg in Een-West. De familie Vos bestond uit Alje, Hiltje, Ritze en Hennie. Alje Vos was een oom van Ritze Vos van de Knokploeg Smilde.

Ook bij de familie Vos konden de gedeserteerde NSKK’ers niet blijven. Dit omdat er op diverse plaatsen aan de Schansweg wapens en ander materiaal voor het verzet, afkomstig van droppings nabij het Fochtelooerveen en het Mandeveld, werden verstopt. De Duitsers en landwachters waren, rondom de Schansweg, bezig met het opsporen van de gedropte materialen. Het verzet moest daarom ervoor zorgen dat Ipe Mulder, Jan Zomer, Leonardus van Dongen en Dirk de Jong nogmaals naar een ander onderduikadres werden gebracht. In de nacht van 23 op 24 oktober zouden de eerdergenoemde mannen naar een ander onderduikadres worden gebracht. Verzetsman Jantinus Bosker zou de mannen hiernaartoe brengen.

Het liep echter anders. Dezelfde avond werden de S.D.-mannen H. Bouma en M. Vonk op pad gestuurd om in Een-West te zoeken naar gedropte wapens. Ze moesten zijn bij de familie Oosterhof, die woonden een paar huizen verder dan de familie Vos. De beide S.D.-mannen werden ondersteund door een groep Landwachters. Deze mannen waren plaatselijk niet bekent en kwamen bij toeval terecht bij de boerderij van de familie Vos. Daar troffen ze de Alje, Hiltje en Ritze Vos, de vier gedeserteerde N.S.K.K.-mannen en Jantinus Bosker aan.

Ipe Mulder vluchtte en kwam in vuurgevecht met de Landwacht. Hierbij schoot hij er één dood. Kort daarna werden de anderen gearresteerd. Doordat Ipe Mulder een paar keer in de lucht schoot ontstond er paniek onder de Duitsers, Landwachten en gearresteerden. Alje Vos en Jan Zomer profiteerden van de situatie en zagen kans om te ontsnappen. Hiltje Vos, Ritze Vos, Dirk de Jong, Leonardus van Dongen en Jantinus Bosker werden meegenomen richting De Haspel.

In een boerderij aan De Haspel werden de mannen gevangengehouden en verhoort. Ondertussen regelden de beide S.D.-mannen versterking. Een paar uur later kwam de versterking, onder leiding van Ernst Knorr SS--Unterscharführer bij de Sicherheitspolitzei, met diverse motorvoertuigen aan bij de boerderij aan De Haspel. De vier mannen werden afgevoerd met een overval-auto. Het werd een korte rit. Bij de brug over De Haspel vlakbij Café L. Pruim (nu Café Kajuiter) stopte de auto. Ernst Knorr beval de twee overgebleven voormalig NSKK’ers, Dirk de Jong en Leonardus van Dongen, één voor één uit te stappen. Ze werden direct doodgeschoten. Toen was het de beurt aan de zestienjarige Ritze Vos. Zonder pardon kreeg hij het nekschot.
 

Ritze Vos: geboren: 13 december 1927 te Leek;
Dirk de Jong: geboren: 5 maart 1923 te St. Jacobiparochie;
Leonardus van Dongen geboren: 4 februari 1911 te Amsterdam.

Alle drie vermoord op 24 oktober 1944 op De Haspel in Zevenhuizen. Nu was het de beurt aan Jantinus Bosker. Jantinus had als zijn moed verzameld en sprong op een onverwacht moment uit de auto en zette het op een lopen. Hij wordt met meerder machinepistolen beschoten, raakt ernstig verwond, maar weet uit handen van de Duitsers te blijven. De volgende dag wordt hij gevonden door de bewoners van de boerderij “Klein Breemen”. Deze bewoners seinen het verzet in en via hen wordt Jantinus Bosker naar Veenhuizen vervoerd. Daar wordt hij verzorgd en herstelt van zijn verwondingen.

De drie gefusilleerde jongens moeten van de Duitsers, als wijze van afschrikking, tot de volgende middag 16:00 uur blijven liggen. Daarna worden ze begraven op de algemene begraafplaats in Zevenhuizen. Hiltje Vos wordt dezelfde nacht afgevoerd naar het Scholtenhuis in Groningen en daar verhoord. Na tien dagen wordt ze vrijgelaten en keert te voet terug naar Zevenhuizen om met haar dochter Hennie verenigd te worden. Terug naar hun boerderij aan de Schansweg kunnen ze niet meer. De boerderij is, nadat het vee, etenswaar en huisraad door de Duitsers en de Landwachten in beslag is genomen, op 25 oktober 1944 door de Duitsers in brand gestoken. Tot het einde van de oorlog blijven Hiltje en Hennie Vos bij familie in Zevenhuizen. Alje Vos blijft zich inzetten voor het verzet en ziet zijn vrouw en dochter pas na de bevrijding weer.

Ipe Mulder en Jan Zomer voegen zich, na hun ontsnapping, weer bij Peet de Boer en dus bij het verzet. Beide mannen en het materiaal wat ze tijdens hun deserteren mee hebben genomen, spelen een rol bij de overval op het Huis van Bewaring in Assen, op 11 december 1944. Mede door hun toe doen worden er die dag 31 verzetsstrijders bevrijdt. Ipe en Jan zijn binnen het verzet onafscheidelijk. Totdat Jan samen met nog twee anderen, op 7 april 1945, de opdracht krijgt om vanuit Appelscha te voet naar Borger te gaan. Daar moeten ze een auto op halen. Op zondagmorgen, 8 april 1945, zijn ze tussen Elp en Zweeloo en worden ze bij toeval ontdekt door de Duitsers. Jan Zomer wordt in zijn vlucht doodgeschoten. Jacobus Wilhelminus Zomer, zoals Jan voluit heette was toen 24 jaar, hij is begraven op het Nationaal Ereveld in Loenen.

Van de vier gedeserteerde NSKK’ers overleefde alleen Ipe Mulder de Tweede Wereldoorlog.



 

Op de kaart

@2025 Copyright WKRegister.nl ontworpen en ontwikkeld door AYO MEDIA