Romaanse kerk

03-05-1943 Marum

Romaanse kerk

De tragische gebeurtenissen rondom 3 mei 1943


In mei 1940 vallen de Duitsers Nederland binnen waarna zij ook België, Frankrijk en andere landen in West Europa snel veroveren. Ook naar het Oosten toe hebben zij een enorme expansiedrift en komen in 1941 tot vlak bij Moskou maar het lukt hen net niet om de stad te veroveren. De opmars van de Nazi’s komt begin 1943 bij de slag om Stalingrad definitief tot stilstand. Na enorme verliezen zien zij zich genoodzaakt om zich steeds verder terug te gaan trekken vanuit Rusland.

De slagkracht van het Russische leger en aan de andere kant de geallieerden met onder andere de Amerikanen, Engelsen en Canadezen is ondertussen steeds sterker geworden. Voor de oorlogsvoering en de daarvoor benodigde manschappen ontstaat er echter in Duitsland zo'n tekort aan arbeiders dat door de bezetter werken in Duitsland verplicht wordt gesteld. In mei 1943 moeten alle Nederlandse mannen van 18 tot 35 jaar zich melden voor deze zgn. 'Arbeitseinsatz'. Ze worden tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie of bij boeren op het platteland om voor de productie van voedsel te zorgen.

Ook de bijna 300.000 Nederlandse militairen die tijdens de capitulatie in krijgsgevangenschap zijn genomen en met verlof naar huis zijn gestuurd, worden opgeroepen om zich te melden voor de Arbeitseinsatz. Maar de stemming in het land is inmiddels veel grimmiger geworden en het effect is het tegenovergestelde. Overal in het land breken stakingen uit in fabrieken, er wordt sabotage gepleegd en melkveehouders staken de levering van melk: de melkstaking. Na deze stakingen kondigt commissaris-generaal Rauter het politiestandrecht af, waardoor stakers zonder proces gefusilleerd kunnen worden en in sommige gevallen zelfs op straat kunnen worden geliquideerd. Een aantal bepalingen wordt afgekondigd waarbij iedere overtreding op ‘de strengste straf’ kan rekenen. De Ordnungspolizei krijgt de opdracht deze maatregelen met harde hand te handhaven.

Al in het najaar van 1940 is bij Trimunt een radarpost van de bezetters verrezen. Met behulp van de informatie van deze radar kunnen de Nazi’s geallieerde vliegtuigen opsporen en neerschieten. Dit omdat de geallieerden vanuit Engeland zijn begonnen bombardementen uit te voeren op Duitse industrieën en steden om hen zo het oorlog voeren onmogelijk te maken. De route voor deze vliegtuigen vanuit Engeland op weg naar de steden in Noord Duitsland ligt over Trimunt. In 1942 wordt de stelling verder beveiligd met geschut en wordt er gebouwd aan ongeveer 50 bunkers waarin zeker 200 soldaten kunnen verblijven. De materialen daarvoor worden in Frieschepalen afgeleverd en van daar via De Haar naar Trimunt gebracht.

Op de morgen van 3 mei 1943 komen de bestelde materialen echter niet aan. Een groep militairen van het kamp Trimunt gaat over de Haarsterweg naar Frieschepalen om polshoogte te nemen. Op de Haarsterweg ligt een boomstam over de weg; deze wordt aan de kant geschoven zodat ze hun weg kunnen vervolgen. In Frieschepalen blijkt dat de autobanden van de boderijder gestolen zijn. Als de militairen over de Haar teruggaan naar het kamp, is de weg weer versperd door een boomstam. Deze boomstam wordt ook nu weer door de Duitse soldaten verwijderd. Voor de boerderij van Euwe de Jong staat een groepje mannen te kijken. De soldaten zien hen staan, arresteren snel een aantal maar de rest vlucht de boerderij in. De Nazi’s gaan meteen achter hen aan de boerderij in en arresteren ook hen. Met alle gearresteerde mannen, waaronder ook de dertienjarige Steven van der Wier, gaan de bezetters verder.

Even verderop, bij de boerderij van Hartholt wordt opnieuw een aantal mannen gearresteerd waaronder boer Hartholt zelf, zijn drie zonen en een schoonzoon. De bezetters komen uiteindelijk met de zestien gearresteerde mannen aan op het kamp Trimunt. De commandant laat de arrestanten opsluiten in een barak waarschijnlijk met de bedoeling hen aan het einde van de middag met een donderpreek weer vrij te laten zodat de sabotage door het versperren van de weg en het stelen van banden over zullen zijn. Helaas is het anders gelopen. Hun namen zijn genoteerd en al telefonisch doorgegeven aan het Scholtenhuis in Groningen.

In dit beruchte Scholtenhuis aan de Grote Markt in Groningen is het kantoor van de Duitse SD, de gevreesde Sicherheits Dienst, gevestigd. Hier heeft ook het hoofd van de Ordnungspolizei, majoor Mechels, een tijdelijk kantoor. Hij krijgt het bericht dat “communisten in Marum barricades tegen de bezettingsmacht hadden opgeworpen, dat de daders op heterdaad waren betrapt en onmiddellijk waren gearresteerd”. Mechels loopt door naar zijn eigen kantoor in de Herensociëteit en treft daar Oberleutnant Lang aan zijn bureau. Lang zegt tegen Mechels dat de zestien Nederlanders op heterdaad zijn betrapt bij het openbreken van de straten en het opwerpen van barricades en onmiddellijk moeten worden doodgeschoten. Het Standgericht zou het vonnis al hebben uitgesproken. Lang heeft ook al een bestelwagen geregeld, omdat de lichamen van alle doodgeschoten overtreders van de Standgericht-bepalingen naar Groningen moeten worden vervoerd om daar in de omgeving te worden begraven.

De Ordnungspolizei vertrekt daarop meteen richting Marum. Als zij vanuit Nuis het dorp binnenrijden staat een groepje van vijf mannen op de weg met elkaar te praten. Vanwege de melkstaking hebben de Duitsers een samenscholingsverbod afgekondigd wat betekent dat men met niet meer dan vier personen bij elkaar mag komen. Als de vijf de Duitse colonne zien aankomen, gaan ze er dan ook snel vandoor. Maar Andries Sikkenga (29) is niet snel genoeg, hij wordt meteen onder vuur genomen en gedood.

Rond 13.00 uur arriveert Mechels bij het kamp Trimunt. Van vrijlaten was al geen sprake meer; hij geeft het bevel de zestien gearresteerden onmiddellijk te executeren. De stellingcommandant, Oberleutnant Berndt, legt nog uit dat de arrestaties volstrekt willekeurig zijn verricht, en alleen bedoeld als een waarschuwing voor de bevolking waarna ze op een gegeven moment weer zouden worden vrijgelaten. Mechels is echter onverbiddelijk en geeft het bevel de zestien burgers naar buiten te brengen. Ze worden in groepjes van vier opgesteld en gefusilleerd. De lichamen van de zestien slachtoffers worden door de Ordnungspolizei in de meegebrachte bestelwagen geladen en door Mechels en de Ordnungspolizei meegenomen richting Groningen. Nadat ze onderweg nog bij het Marumer gemeentehuis zijn gestopt om aan de autoriteiten te melden dat er zojuist zestien Nederlanders wegens sabotage zijn doodgeschoten, arriveren zij omstreeks half vijf bij het Scholtenhuis.

Diezelfde ochtend zijn ook vier jongens die in Oudega-W en Blauwhuis waren gearresteerd vanuit het Leeuwarder huis van bewaring naar het Scholtenhuis gebracht. Dominee Bijlsma, die de nacht met hen heeft doorgebracht in de gevangeniscel, is met hen meekomen. De jongens komen om 12.45 uur voor het Standgericht. Broer de Witte (19) krijgt de doodstraf omdat hij de oudste is. De drie jongere jongens moeten hun vonnis afwachten. Haase, de commandant van het Scholtenhuis, vraagt Rauter het doodvonnis te bekrachtigen en meldt dat de door hen ook gezochte Bouke de Vries nog niet is gevonden: “Der etwa 40-50 Jahre alte Aufhetzer De Vries ist fluchtig. System junge Menschen vorzuschicken, deudlich erkennbar”.

Rauter bekrachtigt het vonnis. Broer wordt meteen weggevoerd en het vonnis wordt om 15.00 uur voltrokken op de schietbaan van de Rabenhauptkazerne in Groningen. Dominee Bijlsma wordt teruggestuurd naar Leeuwarden, waar hij aan de andere arrestanten verslag doet van de gebeurtenissen in het Scholtenhuis en de uitspraken van het Standgericht. Siemon Wiersma (18) en Wypke Martens (18) worden opgesloten en twee weken later weggevoerd naar Vught. Wiebe de Witte (17) wordt op 6 mei 1943 plotseling op vrije voeten gesteld. Drie maanden later wordt hij opnieuw gearresteerd.

Ondertussen wordt de bestelwagen, met daarin de zestien slachtoffers uit Marum, zwaar bewaakt. Mechels geeft de Ordnungspolizei de order de lichamen te begraven. Ook het lichaam van Jan Postema (44), dat nog op de Grote Markt ligt, wordt in de bestelwagen geladen. Vervolgens gaan de politiemannen met de bestelwagen naar de Groninger Rabenhauptkazerne. Daar liggen twee gefusilleerde slachtoffers, Berend Trip (25) die de vorige avond is gefusilleerd en Broer de Witte die om 15.00 uur is doodgeschoten. Ook hun lichamen worden in de bestelwagen gelegd en meegenomen. Allen worden in het diepste geheim in een massagraf bij de Appèlbergen ten zuiden van Groningen begraven.

De lichamen van de zestien slachtoffers die op Trimunt zijn geëxecuteerd, zijn na de oorlog op 30 november en 1 december 1945 teruggevonden bij de Appèlbergen en op 11 december 1945 samen herbegraven op het kerkhof in Marum. Daarbij is een tragische vergissing opgetreden: het lichaam van Broer de Witte werd als Frits van de Riet begraven, en het lichaam van Frits van de Riet werd als ‘onbekend’ bijgezet op de Erebegraafplaats van Loenen. Op 14 oktober 2008 is Frits alsnog herbegraven te Marum, onder zijn eigen steen, naast Broer de Witte. Berend Trip is op 12 december herbegraven te Nieuw-Buinen, Jan Postema op 13 december te Roden.

Bij het monument op het kerkhof in Marum liggen gemeenschappelijk begraven:

- Andries Hartholt (63)
- Dirk Hartholt (27)
- Albert Hartholt (25)
- Hendrik Hartholt (18)
- Berend Assies (29)
- Uitze van der Wier (25)
- Jelle van der Wier (22)
- Steven van der Wier (13)
- Euwe de Jong (41)
- Gerrit van der Vaart (20)
- Johannes Glas (24)
- Karst Doornbosch (24)
- Jan Doornbosch (21)
- Friedrich Ludwig van de Riet (28)
- Sibbele de Wal (34)
- Geert Jan Diertens (19)
- Broer de Witte (19)

Op hetzelfde kerkhof ligt ook begraven:
- Andries Sikkenga (29)


Bronnen:
- “Vlijtige armoede en tonnen gouds”, door J. en H.J. Boerema. Uitgegeven door de Rabobank
- "Marum-De Wilp”, 1989.
- “Op een onbekende plaats begraven; de April-Meistakingen van 1943, een onderzoek naar oorlogsvermissing”, door Dr. G.H. de Witte. Uitgever Elikser, 2010. ISBN 9789089541383
- “Storm….! Over Marum , in de bezettingsjaren”, door O. Lüürssen, 2005.
- “Vertelsels over vroeger”, door Dr. J. Buitkamp, 1998.

Op de kaart

@2018 Copyright WKRegister.nl ontworpen en ontwikkeld door Pro Ontwerp